Er is een redenering die ik jaren geleden voor het eerst hoorde en nooit meer losliet. Ze gaat als volgt: je hebt een probleem. Of je kunt er iets aan doen, of niet. Als je er iets aan kunt doen, doe het dan. Als je er niets aan kunt doen, waarom maak je je dan zorgen?

Simpel. En toch leeft vrijwel niemand ernaar.

Wij zijn als soort getraind om na te denken over wat mis kan gaan. Dat heeft ooit zijn nut gehad: de sabeltandtijger, de droge winter, de aanval van de buurstam. Maar in het leven van vandaag is dat overlevingsbrein voortdurend actief voor dingen die ofwel niet zullen gebeuren, ofwel toch buiten onze invloed liggen.

Zorgen maken is als bidden voor wat je niet wilt. Je geeft het je aandacht, je energie, je tijd, en daarmee ook een stukje kracht.

In het jaar dat ik offline leefde, merkte ik hoe stil mijn hoofd kon worden. Niet omdat de zorgen weg waren, maar omdat er geen stroom was die ze kon versterken. Geen nieuws. Geen berichten. Geen algoritmes die mijn onrust voedden.

Loslaten is geen passiviteit. Het is een daad van vertrouwen. Vertrouwen dat jij genoeg bent, dat jij er genoeg toe doet, dat het leven je niet te gronde richt als je ook even niets doet.

Vandaag: wat is één ding waar je je zorgen over maakt dat buiten je invloed ligt? Kun je het, voor vandaag, met rust laten?